Contentverzamelaar

Contentverzamelaar

Mirna
“We wisten niet veel over Nederland, maar besloten toch het avontuur aan te gaan”

Wie had gedacht dat dit meisje uit Danlí, Honduras, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan zou gaan wonen? Ik in ieder geval niet, niet in mijn wildste dromen.
 
Danlí is een kleine stad zo'n 92 km ten zuidoosten van Tegucigalpa, de hoofdstad van Honduras. Tegucigalpa is omringd door groene heuvels vol met pijnbomen, daarom wordt het ook de “Stad van de Heuvels” genoemd. Dit kleine stadje staat bekend om de tabaksindustrie en ook om de belangrijke productie van maïs.  Ik groeide op in alle rust: ik speelde op straat, liep veilig naar school en bracht zorgeloos mijn vakanties door op onze boerderij. Ik voelde me veilig daar, net als ik me in Nederland nu ook veilig voel. Maar de tijden veranderden in Honduras en dat fijne gevoel van veiligheid was na een tijd verdwenen.
 
Omdat de situatie in Honduras slechter werd, werd ook duidelijk dat wij naar andere mogelijkheden buiten ons land moesten zoeken. We hadden twee zoons, één van 6 jaar oud en een baby van 6 maanden oud.  Op een ochtend in het jaar 2000, toen ik net wakker was, zei mijn man plotseling tegen mij: "We gaan naar het buitenland verhuizen." Ik dacht dat hij door gebrek aan slaap zijn verstand verloren had. Maar ik wist dat hij gelijk had.  Diezelfde avond solliciteerde hij via internet naar een functie bij een Amerikaans bedrijf, dat gevestigd was in Amsterdam. Het duurde niet lang voordat hij een contract kreeg en bij het bedrijf kon komen werken. We wisten niet veel van Nederland, maar besloten toch het avontuur aan te gaan.
 
Met z'n vieren kwamen we op 3 maart 2001 op Schiphol aan, enorm nieuwsgierig en hongerig naar avontuur, maar tegelijkertijd verdrietig om alles wat we achtergelaten hadden, voornamelijk onze families. Het eerste jaar vestigden wij ons in Zoeterwoude-Dorp, een prachtig dorp waar mannen toen nog op hun klompen rondliepen en onze buren kippen in de achtertuin hielden. We verzorgden de kippen als ze op vakantie gingen en mochten in ruil voor onze diensten de eieren houden. Dat deed mij denken aan mijn jeugd. De meeste mensen in het dorp spraken geen Engels en hadden nooit buitenlanders gezien maar ze waren zeer gastvrij.
 
Onze eerste indruk toen we in het dorp kwamen wonen was de stilte. Het enige wat we hoorden waren de kraaien en de kerkklokken. De stilte was bijna ondraaglijk omdat wij gewend waren aan het lawaai en de chaos van Tegucigalpa, waar wij zeven jaar woonden voordat wij naar Nederland kwamen. De plaats was zo stil en we voelden ons zo veilig dat wij s’ nachts niet eens de achterdeur op slot deden. Onze buurman bijvoorbeeld vergat vaak zijn autosleutels en liet ze de hele nacht in de deur hangen. We hadden er het volste vertrouwen in dat er nooit iets slechts zou gebeuren. Dit gevoel van veiligheid plus de warmte en gastvrijheid van de mensen uit Zoeterwoude-Dorp zorgden ervoor dat wij in Nederland wilden blijven wonen.
 
Ongeveer een jaar later besloten wij een huis te kopen. We keken rond in de Randstad maar alles was vrij duur, totdat iemand ons vertelde over Almere. Daar kon je nog goedkoop een woning krijgen dus besloten wij maar eens te gaan kijken. Ik herinner me dat ik door het centrum van Almere liep en het lelijk vond. Ik vond dat de stad geen ziel had, iets te veel van de jaren 70 ademde en dat de mogelijkheden voor winkelen te beperkt waren. Maar dat ontmoedigde ons niet. We zagen ook de schoonheid ervan, mooie moderne huizen, meer ruimte en veel groen. Met andere woorden een praktische stad die ook nog eens een goede verbinding had met Amsterdam, waar mijn man werkte. 
 
We keken naar huizen in verschillende wijken en werden destijds verliefd op Danswijk, een wijk waar de straten vernoemd zijn naar internationale dansen. We zijn er in 2002 naartoe verhuisd en we wonen er nog steeds. Het verschil tussen wonen in een dorp en wonen in een stad met bijna 200.000 inwoners was groot. Steden zijn over het algemeen onpersoonlijker, maar hebben wel veel andere voordelen.

Toen wij in Almere kwamen wonen waren onze zonen 7 en 2 en een half jaar oud. Almere is dus hun thuisstad. Ook hebben wij door de jaren heen de stad zien groeien. Het nieuwe stadscentrum is echt leuk en modern en heeft tegenwoordig genoeg te bieden aan winkels en vermaak. Het verbaast me ook hoe de stad is gepland en opgebouwd. Ik mis wel eens een historische binnenstad, maar gelukkig zijn er in de buurt genoeg andere oude steden om te bezoeken.
 
Mijn eerste drie jaar in Nederland kon ik niet werken vanwege de immigratiewetgeving. Dat was gelukkig niet zo’n probleem voor mij want zo kon ik thuisblijven voor mijn kinderen, ik kon ze opvoeden volgens onze normen en waarden en kon Spaans blijven praten tegen ze. Ik kon op deze manier me ook focussen op onze aanpassing aan het land en bovendien kon ik Nederlands leren.

Later bleek de grootste uitdaging het vinden van een baan die paste bij mijn IT-ervaring. Ik verrichtte verschillende werkzaamheden op freelance basis, zoals bijvoorbeeld het bijstaan van expats bij hun verhuizing. Dat werk was flexibel zodat ik voor de kinderen kon zorgen en ze kon helpen met hun buitenschoolse activiteiten. Uiteindelijk heb ik een baan gevonden bij een groot Amerikaans IT-bedrijf. Onlangs heb ik op 51-jarige leeftijd de opleiding Data Science aan de Open Universiteit afgerond. Zoals je ziet, het is nooit te laat om te leren!

Op de vraag “voelen we ons 'Nederlands'?” kan ik antwoorden dat dat zo is. Tegelijkertijd voelen wij ons ook Hondurezen. We behouden de rijkdom van beide culturen en omarmen de schoonheid van de culturele diversiteit in Almere.

Photos & Interview:        Lyla Carrillo - van der Kaaden
Text review in Dutch:        Babette Rondón

Contentverzamelaar

Authors

Foto's, Interview en Tekst: Lyla Carrillo - van der Kaaden
Tekst Redactie: Babette Rondón
Fotostudio website: www.101studio.nl