Contentverzamelaar

Contentverzamelaar

Elvira
“Ik dank God dat ik de kans heb gekregen om in Almere te wonen”

Ik ben geboren in 1953, in het dorp El Corozo in de provincie Izabal, in het noordoosten van Guatemala. Mijn ouders stammen af van het Q'eqchí Maya-volk en ik ben de oudste van 2 dochters. Mijn achternaam "Choc" betekent in Q'eqchi "wolken" en de achternaam van mijn moeder "Mes" betekent "bezem".

Vanwege een traditie die helaas nog steeds vol gehouden wordt, liep mijn moeder op negenjarige leeftijd weg van huis omdat haar familie van plan was om haar met een veel oudere man uit te huwelijken. Ze begon te werken als "montera" of houtsnijder van de Chicozapote boom.  Haar werk bestond uit het maken van insnijdingen in de bast van de boom, om kanalen te openen waarlangs het sap liep dat werd verzameld voor de grondstof om kauwgom te maken. Toen ze ouder was ontmoette ze mijn vader, die ook van Q'eqchi afkomst was, en trouwde ze met hem. We woonden in het dorp "El Corozo" met mijn familie van vaderskant, en dat is waar ik mijn kindertijd en adolescentie doorbracht. Sinds ik klein was, moest ik werken, omdat mijn familie erg arm was en mijn moeder een ongeluk kreeg waardoor ze niet kon werken.

Het is gebruikelijk in mijn land, Guatemala, het kostuum van de plaats van herkomst te dragen, waar men ook woont. Daarom bleven we in Izabal de typische klederdracht van Cobán dragen. Ik droeg het tot ik 18 jaar oud werd. Ik wilde het daarna niet meer dragen omdat ik gediscrimineerd werd. Niet alleen door mijn inheemse kledingdracht, maar ook door mijn Maya achternamen. Ik herinner me hoe de kinderen op school niet met mij wilden spelen of met mij wilden zijn omdat ik “ indiaanse” was. Om die reden besloot ik toen ik ouder werd nooit meer mijn typische jurk te dragen in het openbaar, zodat ik meer kans zou kunnen hebben op een baan.

Ik begon te werken bij een Nederlands gezin met 3 kinderen. De vader was kapitein op een schip, had zijn eigen bedrijf en was getrouwd met een Guatemalteekse. Op een dag kwam een Nederlandse familievriend, Adriaan, hen bezoeken. Hij werkte als machinist op een Europees schip dat in de haven was aangemeerd. We werden verliefd en ik ging met hem mee, om op de boot te werken als keukenassistent. Dat heb ik anderhalf jaar gedaan totdat we in 1975 naar Nederland verhuisden. We kwamen in een appartement in Amsterdam te wonen met onze kinderen.  

In 1981 verhuisden we naar de stad Almere, naar het "Arnhemplein" in Stedenwijk Midden. Ik was erg blij omdat het een groot huis was, met een tuin waar mijn vier kinderen konden spelen. In die tijd was er in de buurt niets anders dan zand en een voetbalveld waar de jongens konden spelen. Er waren geen winkels, geen trein, niets in Almere Centrum. We moesten winkelen in Almere Haven, waar de enige supermarkt een erg dure mobiele winkel was. Banen lagen niet voor het oprapen voor vrouwen met kleine kinderen en voor wie niet goed de Nederlandse taal beheerste was het dubbel zo moeilijk. Toen waren er in Almere geen integratie- of Nederlandse taalcursussen. Ik sprak alleen Spaans, mijn maya taal Q”eqchi en het weinige Nederlands dat ik in Amsterdam had geleerd.

Omdat we al vier kinderen hadden en een hypotheek, was het salaris van mijn man niet genoeg. Dus ik was blij dat ik een financiële bijdrage aan het huishouden kon doen toen ik een baan als inpakker vond bij een Duitse fabriek genaamd BDF, in Almere Buiten. Ik heb daar 23 jaar gewerkt, totdat de fabriek in 2006 werd gesloten. Dankzij de compensatie die ik ontving toen de fabriek sloot, kon ik mijn man, Adriaan, fulltime verzorgen toen hij kanker kreeg, tot hij stierf in 2012. 

Wij hielden van lange afstanden fietsen en in 2003 heb ik met Adriaan de 900 km lange bedevaartsroute afgelegd naar Santiago de Compostela, in Spanje. In 2007 deden we een nog langere pelgrimsroute van 2200 km. Het duurde acht weken om deze te voltooien. Sinds zijn dood zijn mijn fietsroutes in Nederland kort; maar dankzij een vriendin die me wist te overtuigen fietste ik in 2018 van Nederland naar Parijs. Mijn wens is om, in 2020,  opnieuw dezelfde route te fietsen die ik met Adriaan naar Santiago de Compostela deed. 

Momenteel zing ik in twee koren: klassieke en religieuze muziek. En i werk in een verpleeghuis in Baarn, waar ik hoop te blijven werken tot ik met pensioen ga. Ik ben gelukkig in Almere en ik dank God dat hij me de kans heeft gegeven om hier te wonen.
 

Contentverzamelaar

Authors

Foto's, Interview en Tekst: Lyla Carrillo - van der Kaaden
Tekst Redactie: Babette Rondón
Fotostudio website: www.101studio.nl